Ons land is van verdraagzaamheid afgegleden naar onverschilligheid

(Artikel geschreven met @MajaMischke; eerder verschenen op VK Opinie, 17 april 2012) 

Het multiculturalisme mag dan inmiddels in een heftige doodsstrijd zijn beland, er is echter nog niets anders qua maatschappijvisie voor in de plaats gekomen. Het ontbreekt vooral aan een van overheidswege uitgedragen burgerschapsideaal.

Afgelopen week presenteerde G500 haar programma en gedurfde strategie om jongeren meer stem te geven in het huidige politieke bestel. De tien thema’s van G500 nalopend, valt op dat een belangrijk probleem, dat momenteel speelt in Nederland, zich blijkbaar totaal buiten het gezichtsveld van ‘jongeren tot 35 jaar’ bevindt: het sluipende proces van sociale segregatie.
 
In Nederland voltrekt zich al enige tijd een proces van segregatie waarbij etnische, religieuze, sociale en culturele lijnen samenvallen. Dat maakt de problematiek ook zo complex. Dit is met name zichtbaar in het onderwijs in de grote en middelgrote steden: er zijn steeds meer zwarte en witte scholen en deze ontwikkeling is nauwelijks te stoppen.

Sommige wijken en buurten kennen al een aantal jaren een voortschrijdende eenzijdige samenstelling, een trend die moeilijk te keren lijkt. Vooral in de Randstad vindt daar bovenop nog eens een belangrijke demografische verschuiving plaats. Binnen enkele decennia zal de bevolking namelijk in ruime meerderheid bestaan uit mensen die hun wortels buiten Nederland en zelfs buiten Europa hebben liggen.
 
Theedrinken
Deze voortschrijdende segregatie draagt niet bij tot het welbevinden en de ontplooiing van individuele mensen, maar staat bovendien een gezonde ontwikkeling van de samenleving in de weg. Theedrinken is onvoldoende gebleken om de boel bij elkaar te houden.
Wat de inwoners van Nederland op fundamentele wijze zou moeten binden is het burgerschap. Daarom vraagt deze tijd om een debat over wat het Nederlanderschap eigenlijk inhoudt. Of zou moeten inhouden.
 
Wat maakt iemand tot een Nederlander? De magere consensus lijkt op dit moment te zijn dat een Nederlandse burger iemand is die de Nederlandse nationaliteit heeft. Verder dan deze droge constatering komen we eigenlijk niet. Burgerschap is in Nederland geen ideaalbeeld, zoals bij de Fransen ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap’ of de Amerikanen ‘The Land of the Free, the Home of Brave’. Nederlanders denken niet zo graag na over burgerschap, zeker niet over hoe een Nederlander zich zou moeten gedragen of ontwikkelen. Vrijheid, blijheid. Ons land is van verdraagzaamheid afgegleden naar onverschilligheid. Tolerantie is verworden tot desinteresse en onderlinge verwijdering.
 
Wat de overheid vindt van burgerschap – en hoe ze dat vertaalt in beleid – is vooral bedoeld om mensen buiten ons land te houden. Burgerschap wordt namelijk beschouwd in termen van inburgering van nieuwkomers. Angst voor de vreemdeling, de gastarbeider, de vluchteling, de migrant, de allochtoon definieert het burgerschap. We voelen en denken dat we een hoop te verliezen hebben, maar kunnen eigenlijk niet omschrijven wat. Gaat het om materiële welvaart, om de verzorgingsstaat, om normen en waarden, om vrijheid, om ‘onze’ cultuur? Je zou kunnen zeggen dat we ons op een gemakkelijke manier van al deze vragen hebben afgemaakt: door ze niet te beantwoorden.
 
Smeerolie
Decennialang is het evangelie van het multiculturalisme beleden, met cultuurrelativisme als gedroomde smeerolie voor alles wat schuurt en stroef loopt in de samenleving. Immigranten werden beschouwd als slachtoffers, die verheven moesten worden om volwaardig burger te kunnen zijn. Het debat concentreerde zich daarbij niet op de plichten die het burgerschap met zich meebrengt, maar juist op de rechten van het burgerschap en op het vertroetelen van de culturele eigenheid van de (veelal islamitische) nieuwkomer. In plaats van het stimuleren van krachtige ontplooiing en zelfredzaamheid, waren de zwakte en achterstandspositie van de nieuwkomers uitgangspunten van het beleid.
 
Het multiculturalisme mag dan inmiddels in een heftige doodsstrijd zijn beland, er is echter nog niets anders aan maatschappijvisie voor in de plaats gekomen. Het ontbreekt vooral aan een van overheidswege uitgedragen burgerschapsideaal. Het burgerschap blijft zo een wazig en onbezield begrip. Het burgerschapsideaal is verworden tot een afschrikwekkende checklist van harde beperkende voorwaarden voor potentiële immigranten.
 
Het immigratiebeleid richt zich op wat er allemaal niet mag als je Nederland in wil komen en aan welke eisen potentiële immigranten moeten voldoen qua sociaaleconomische status, gezinssituatie, opleiding en politieke situatie in het land van vertrek. Inperking van de immigratie staat voorop. Ontmoedigen en afschrikken is het devies. Wat op zich effectief werkt om de immigratiestroom in te dammen en de doelstelling van het regeerakkoord te halen. Maar een doorvoeld en inspirerend burgerschapsideaal is het niet.
 
Oriëntatiepunt
Door het ontbreken van een visie op het individuele burgerschap in de moderne Nederlandse samenleving, ontbreekt er een wezenlijk oriëntatiepunt. Niet alleen voor de immigrant, maar ook en in de eerste plaats voor de Nederlander zelf. Burgerschap zegt namelijk iets over bereidheid van mensen zich in te zetten voor de maatschappij waarin zij leven. Burgerschap gaat over gedeelde maatschappelijke waarden en gewenst gedrag van het individu in de publieke ruimte, los van een collectief. Alles in dienst van een samenleving waar binnen zoveel mogelijk burgers zich zo goed en voorspoedig mogelijk kunnen ontwikkelen. 
 
Om J.F. Kennedy te parafraseren: ‘Vraag je niet af wat Nederland voor jou kan doen, maar vraag je af wat jij voor Nederland kunt doen!’ In dat licht bezien is het initiatief van G500 alleen maar te prijzen. Maar het zou mooi zijn als de thema’s waarvoor deze groep zich wil inzetten meer reikwijdte hebben dan hoe de overheid, dan wel de politiek de welvaart moet verdelen en waarborgen. Juist voor de toekomstige generaties van Nederlanders en het behoud van een vreedzame samenleving is het van belang dat het thema burgerschap op de agenda wordt gezet. Want het sluipende proces van segregatie moet worden gestopt.

4 reacties

Opgeslagen onder Multiculturalisme, Politiek Nederland

Dragen boerka is bewuste stellingname tegen de samenleving

(eerder verschenen op VK Opinie, 2 februari 2012)

Door het dragen van een boerka kunnen vrouwen niet normaal deelnemen aan de samenleving. Dat past niet bij modern particperend burgerschap. Daarom moet de boerka verboden worden.

Het kabinet-Rutte heeft een boerkaverbod aangekondigd. Hiermee is een discussie losgebarsten of een dergelijke ingrijpende maatregel in de Nederlandse samenleving wel op zijn plaats is. De critici van het verbod beschouwen het boerkaverbod vooral als een aantasting van de (godsdienst)vrijheid van vrouwen en als een symbolisch staaltje islam-bashing. Anderen zetten vraagtekens bij het argument van de regering dat de openbare orde gebaat is bij een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding.

Maar je kan nog een laag dieper gaan. Dan kom je op het terrein van de filosofie en gaat het over opvattingen over de rol van de mens in de maatschappij. Want wat is de maatschappij eigenlijk? Kort gezegd is de maatschappij wat mensen in een land met elkaar hebben opgebouwd. De maatschappij is het samenleven van mensen, ofwel de samenleving.

Mensen zijn immers geen eenlingen. Mensen hebben elkaar nodig en gaan met elkaar om. Tegelijkertijd streven ze naar vrijheid: bijvoorbeeld om dat te doen wat zij denken dat goed is voor henzelf en hun naasten. In het westerse democratische model wordt grotendeels vrijgelaten hoe mensen daarin een evenwicht bereiken. De overheid probeert via wetgeving asociaal gedrag te begrenzen om zo een basisniveau van ‘omgaan met elkaar’ te bewerkstelligen.

De wet stelt bijvoorbeeld regels om gewelddadigheid tussen mensen in woord en daad tegen te gaan, de integriteit van het menselijk lichaam te waarborgen, het persoonlijk bezit te beschermen en overlast voor de medemens te beperken. Dit alles met het oogmerk om de omgang van mensen met elkaar enigszins soepel te laten verlopen. In de wet worden gedragsnormen vastgelegd die de olie moeten zijn in het sociale raderwerk van de samenleving.

Tegen de samenleving
De overheid bemoeit zich dus met het sociale gedrag van mensen en heeft daar volgens mij ook alle recht toe. Sinds jaar en dag streven achtereenvolgende kabinetten – van welke signatuur dan ook – naar een samenleving waarin burgers actief participeren. Ik meen dat het dragen van een boerka de gewenste actieve participatie in de weg staat. Het dragen van een boerka is immers een bewuste stellingname tegen de samenleving.

De individuele vrouw die een boerka draagt sluit zich af van de buitenwereld door zich onherkenbaar te maken voor de ander. Een boerka bedekt het gehele lichaam. Een boerka verstopt de mens. De unieke individualiteit wordt ontkend. De boodschap die bovendien met het dragen van een boerka wordt afgegeven is: ‘Ik wil niet meedoen aan het maatschappelijk verkeer tussen mensen. Ik wil niet op gelijkwaardig niveau communiceren met de medemens. Men mag mij niet zien. Ik sta buiten jullie samenleving. Het is jullie samenleving, niet de mijne.’

Het is voor de draagster van een boerka vrijwel onmogelijk om aan het arbeidsproces deel te nemen. Het normale sociale verkeer wordt er ernstig door bemoeilijkt. Gewoon boodschappen doen is er niet bij in een boerka. Met het dragen van een boerka bereik je geen succesvolle deelname aan de Nederlandse samenleving. En geen maatschappelijke participatie betekent feitelijk achterstelling van de vrouwen in kwestie.

Beetje boerka
De vraag is vervolgens: is een verbod noodzakelijk? Enerzijds vind ik het ongewenst om de boerka in het straatbeeld als voldongen feit te accepteren. Dat betekent het capituleren voor een mens- en vrouwbeeld dat haaks staat op dat van de moderne, actief participerende burger. Anderzijds gaat een radicaal verbod misschien toch te ver omdat de overheid zich te zeer mengt in de persoonlijke levenssfeer.

Het is jammer dat er zo weinig zit tussen verbieden en toestaan. Een tussenvorm, een boerkaverbod gecombineerd met een vergunningen- en ontheffingsstelsel, is natuurlijk niet te handhaven. Het blijft dus een keuze tussen uitersten. En omdat de participerende, communicerende en zich niet verstoppende burger mij zo lief is, kies ik voor het verbod. Een (beetje) boerka werkt namelijk niet.

6 reacties

Opgeslagen onder Politiek Nederland, Politieke filosofie, Religie

Job Cohen heeft het sociaal-liberalisme weer naar de prullenbak verwezen

(eerder verschenen op VK Opinie, 26 januari 2012)

Behalve de partij van de zwakkeren en de slachtoffers is de Partij van de Arbeid nu ook de partij voor de hardwerkende Nederlanders.  Job Cohen gebruikte in zijn congresspeech achterhaalde socialistische retoriek. Het sociaal-liberalisme heeft afgedaan voor de PvdA.

Wim Kok en zijn opvolger Wouter Bos hadden door dat het socialisme
voor de PvdA heeft afgedaan als inspiratiebron. Zij kozen daarom een
pragmatische, sociaal-liberale koers. Geen ideologisch gezever meer over de maakbare samenleving en onderdrukte groepen. Geen betutteling. Uitgaan van het individu en van een overheid die de scherpe kantjes van de
markt een beetje bijvijlt. Van bevrijding naar vrijheid.

Maar Job Cohen heeft het sociaal-liberalisme weer naar de prullenbak
verwezen. Door hem afgedaan als één van de stromingen binnen de
partij. En nu bevindt de PvdA zich op ideologisch drijfzand, bouwend
op achterhaalde retoriek. Terug bij af. Terwijl de traditionele
socialistische slogans en beelden zijn geconfisqueerd door de echte
socialisten: die van de SP.

Gewone hardwerkende Nederlanders. Daarover had Job Cohen het op het
PvdA-congres. Daar moeten de sociaal-democraten het voor doen. Cohen
vond een paar maanden geleden nog dat hardwerkende mensen een liberaal
stokpaardje waren. Dat die het wel zelf kunnen rooien. Dat juist de
zwakkeren en kansarmen de mogelijkheid moeten krijgen zich te
ontplooien. En dat de overheid ze daarbij moet helpen. De PvdA als de
partij van de slachtoffers en de zielige mensen. Solidariteit als
kernwoord.

Maar Job moet na de Kerdijk-lezing van gedachten zijn veranderd. Met
concurrent SP als grootste partij in de peilingen moest-ie wat
verzinnen. Om de doemstemming in de PvdA te keren. Let wel: de partij
van de Arbeid. En arbeid adelt. Daarom mocht hij opeens weer, de
hardwerkende Nederlander. En dat is een bijzondere mensensoort.

De hardwerkende Nederlander van Job Cohen is een beetje een tobber.
Job kan zich daar veel bij voorstellen. De hardwerkende mens  is
bezorgd over de crisis, over zijn pensioen, over het gebrek aan
veiligheid, het onfatsoen op straat en de verruwing in de politiek. En
er zijn ook nog eens heel veel hardwerkende mensen. Zij vormen volgens
Cohen zelfs de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Die
mensen hebben het zwaar. Die mensen hebben hulp nodig.

Dus vindt Job dat de harde werkers in hun hart eigenlijk allemaal
sociaal-democraten zijn. De harde werkers vinden de sociale
verworvenheden heel belangrijk. En zij willen niet dat Rutte al het
moois kapotmaakt dat socialisten en sociaal-democraten nijver hebben
opgebouwd. Dus de hardwerkende Nederlander is een PvdA-er. In ieder
geval onbewust.

Daarom vindt Cohen dat alle hardwerkende Nederlanders op de PvdA
moeten stemmen. En als de niet-hardwerkende Nederlanders dat nou ook
doen, is de klus geklaard. Want de PvdA is tenslotte ook de partij van
de mensen die wel hard willen werken, maar dat niet kunnen. Alle
mensen willen sociale rechtvaardigheid. En de PvdA is de belichaming
van de sociale rechtvaardigheid. De keuze is simpel.

De cirkel is rond. Geen speld tussen te krijgen: of je nu hard werkt
of niet, je komt altijd bij de PvdA uit. Dat is de boodschap van Job
Cohen. Hans Spekman deed er nog een schepje bovenop: de PvdA heeft in
de gaten wat er mis is met de samenleving. De PvdA is alwetend. Dus
daar zit je altijd goed.

Nu is de PvdA opeens de partij van en voor alle Nederlanders. Zowel de
partij van de harde werkers als de partij van de mensen die niet hard
kunnen werken. Met deze boodschap moet de ondergang worden afgewend.
Met deze boodschap moet de Renaissance van de sociaal-democratie
worden bereikt.

Als je Cohen en Spekman mag geloven is de partij klaar voor de start.
Na de Goed Nieuws Show op het partijcongres sluiten de
sociaal-democraten de gelederen. En Emile Roemer glundert vrolijk
verder.

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek Nederland, Politieke filosofie

Een verkeerde voorzet van links

Het plan van SP, PvdA en Groen Links om uit de crisis te komen staat vol versleten linkse recepten. Het biedt weinig prikkels voor inactieven om aan de slag te gaan, ontmoedigt hard werken en zoekt het weer in nieuwe uitkeringen en subsidies.

Linkse partijen kunnen hun maatschappelijke maakbaarheidsreflexen nog steeds niet verloochenen. Dat is de trieste constatering die anno 2012 nog recht overeind staat. De politieke leiders van SP, PvdA en Groen Links schrijven een artikel waarin ze voorstellen doen om de crisis op te lossen. Dat Andere Nederland zal er immers hoe dan ook moeten komen, als het aan hen ligt. Als liberaal kan je dan ook nu weer verbaasd te zijn dat er zo weinig is geleerd van de vergissingen uit het verleden. Want waar kiezen Job, Emile en Jolanda voor?
Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek Nederland

De vlucht vooruit van het CDA

(gepubliceerd op VK Opinie, 13 januari 2012)

Het CDA kan als middenpartij alleen overeind blijven in een stabiel kabinet van gematigde linkse of gematigd rechtse signatuur. De huidige gedoogcoalitie blijkt een verkeerde gok te zijn geweest.

Een positie in het midden van het politieke spectrum kan heel comfortabel zijn. Je houdt daarmee alle mogelijkheden open voor deelname aan een regeringscoalitie. Decennialang heeft het CDA strategisch en tactisch handig gebruik kunnen maken van deze situatie. Men kon kiezen voor een kabinet met een grote partij op rechts (VVD) of met een grote partij op links (PvdA). Al naar gelang de verkiezingsuitslag en het politieke humeur van de dag. Niets aan het handje. Het CDA als ware bestuurderspartij was flexibel genoeg om een beetje naar links of een beetje naar rechts bij te sturen. In het kabinet kwam de partij toch wel.

Lees verder

Geef een reactie

Opgeslagen onder Politiek Nederland

Het bedekte staatshoofd

Een staatsbezoek is een geraffineerd toneelstuk voor twee hoofdrolspelers. Een sterk geritualiseerde vorm van communicatie tussen twee landen. Het draaiboek voor een staatsbezoek is dan ook al eeuwen hetzelfde. Het staatshoofd van het ene land wordt na jarenlange zorgvuldige voorbereiding uitgenodigd door het staatshoofd van het andere land voor een kort, maar aangenaam verpozen.

Lees verder

2 reacties

Opgeslagen onder Politiek Buitenland, Politiek Nederland

De Imagocratisering van de Nederlandse politiek

Politiek draait tegenwoordig meer om beeldvorming dan om inhoud. Politici die niet aan imagomanagement doen, verliezen onherroepelijk aanhang onder de kiezers.

In onze nerveuze, alles doordringende informatiemaatschappij is de politiek een openbaar speelterrein geworden. Politiek is niet meer het gesloten gezelschapsspel van een selecte groep dames en heren. De tijd van richtinggevende, in steen gebeitelde idealen en principes is voorbij. Het draait allang niet meer om grootse maatschappijvisies en vergezichten.

Lees verder

8 reacties

Opgeslagen onder Politiek Nederland, Politieke filosofie