Omwenteling in Egypte. De democratische onwil van de Moslim Broederschap.

(eerder gepubliceerd op VK Opinie onder de titel “Het is kwaad kersen eten met de Moslim Broederschap”, 2 februari 2011)

Revoluties zijn al begonnen voor je er erg in hebt. De val van dictators in Tunesië en Egypte kan het begin zijn van een omwenteling in de gehele Arabische islamitische wereld. Een sneeuwbaleffect in de woestijn. We hebben het hier vooralsnog over een seculier getinte revolutie van de middenklasse: de stedelijke burgerij is de motor van het verzet.

Niet zozeer uit religieuze overwegingen, maar uit wanhoop over de voortdurende sociaaleconomische malaise, de corruptie in alle lagen van de maatschappij en de jarenlange terreur van politie en veiligheidsdiensten. Je zou haast gaan geloven in Karl Marx’ theorie van het historisch materialisme: de bourgeoisie komt in opstand tegen de feodale klasse en werpt de ketenen van onderdrukking af.

In het kielzog van de burgers, studenten en intellectuelen roeren zich ook het stedelijk proletariaat en de islamisten. Ze bewegen mee in de kolkende maalstroom van de demonstraties en staan klaar om bij de komende herverdeling van de macht de nodige graantjes mee te pikken. De religieuze fellow travellers van het oproer in Egypte, de aanhangers van de Moslim Broederschap, ruiken uiteraard hun kansen. Gesterkt door het voorbeeld van de Iraanse revolutie, die in de jaren ’80 van de vorige eeuw al snel werd gekaapt door de ayatollahs en hun islamistische knokploegen, wachten zij hun kansen af.

De ontwakende democratische impulsen dreigen dan ook nu al te worden gesmoord in de repressieve tentakels van de radicale islam. Voor democratie is namelijk weinig plaats in de denkwereld van het islamisme. Ook de gevestigde orde in Egypte heeft weinig op met religieuze fanatici. De Moslim Broederschap is tot dusver zwaar bestreden en vervolgd door de Egyptische machthebbers. De vestiging van een islamitische staat in Egypte was voor de dynastie van Nasser, Sadat en Moebarak een absolute No Go. Leger, politie en veilgheidsdiensten werden de afgelopen decennia massaal ingezet om de activiteiten van de Moslimbroeders in te dammen. Cairo mocht geen tweede Teheran of Gaza worden.

De familieclan van de absolute dictator Moebarak en zijn wijdvertakte militaire en politionele apparaat vormden, hoe ondemocratisch en verwerpelijk het systeem ook moge zijn, een bastion tegen het religieus extremisme. De laatste verdedigingslinie tegen – in Marxistische termen – de macht van het verpauperde proletariaat dat onder invloed is van de opium voor het volk, de religie.

Die werkelijkheid brengt direct een levensgrote vraag naar voren: is de prille democratische revolutie bestand tegen de radicale religieuze invloeden? Laten we om deze vraag te beantwoorden eens kijken naar wat je mag verwachten van een moderne democratie. Ik beschouw daartoe enkele wezenskenmerken van de democratie: algemeen kiesrecht, recht van vergadering, vrije meningsuiting, scheiding van kerk en staat, scheiding van machten, gelijkheid voor de wet en bescherming van de rechten van minderheden. Hoe scoort de radicale islam op deze punten?

Geen democratie zonder algemeen kiesrecht. Daarover zal bijna iedereen het eens kunnen zijn. Alle burgers moeten met vaste regelmaat hun stem uit kunnen brengen op kandidaten voor vertegenwoordigende organen en hebben het recht zichzelf ook daarvoor te kandideren. Met het eerste, het directe kiesrecht, zal de islamist geen probleem hebben. Elke individuele stem voor de islam telt. Met het tweede, het passieve kiesrecht, zal hij moeite hebben en wel waar het vrouwen betreft. De vrouwelijke functionaris zal immers in de openbaarheid en in de aanwezigheid van mannen haar taken moeten uitvoeren en dat ligt heel gevoelig voor de islamist. De plaats van de vrouw ziet hij principieel in de beslotenheid van huis en huwelijk en niet in de publieke ruimte. Misschien dat het de vrouw niet wordt verboden zich te kandideren, maar op zijn minst wel sterk ontmoedigd. En het is bekend hoe ver die ontmoediging kan gaan.

Nauw verbonden aan het algemeen kiesrecht is het recht van vergadering. We verstaan hieronder het recht om partijen op te richten en vergaderingen bijeen te roepen, zonder toestemming vooraf van de autoriteiten. Iedereen moet in principe een politieke partij kunnen oprichten van welke politieke of religieuze signatuur dan ook. Het lijdt geen twijfel dat de Moslimbroeders dit democratisch fenomeen absoluut niet zien zitten. Het optreden van hun geestverwante broeders van Hamas in Gaza bewijst dit. Zij hebben elke politieke partij verboden die niet aan hun strenge religieuze maatstaven voldoet en voeren een beleid van stelselmatige intimidatie en terrorisering van politieke vijanden. Leden van de Al-Fatah en de Palestijnse Autoriteit kunnen hierover meepraten.

Het recht van vrije meningsuiting is niet toepasbaar in een islamistische context. Ja, voor zover het zich beweegt binnen de door de islamist vastgestelde religieuze en politieke kaders. Maar het recht om ongestoord je eigen mening te verkondigen via een kanaal dat je zelf kiest, zonder bang te hoeven zijn voor censuur of repressieve maatregelen, dat recht erkent de islamist niet. No way. Dat recht bestaat niet in Pakistan, niet in Iran, niet in Soedan en niet in Saoedi-Arabië. En ook niet in de kringen van de Moslim Broederschap in Egypte. Het uitspreken van eigen opvattingen en meningen kan op zware straffen komen te staan, variërend van gevangenisstraf tot lijfstraffen en executie. Teveel schrijnende en afschuwelijke voorbeelden van sancties op het vrije woord spreken boekdelen.

Scheiding van kerk en staat is een non-entity in de belevingswereld van de islamist. De staat is het openbare vehikel dat de verbreiding en de handhaving van de islam waarborgt. Met straffe hand en met alle middelen die de staat nodig acht. De religieuze wet, sharia, maakt deel uit van de reguliere wetgeving. De staat benoemt de imams, bouwt de moskeeën en stelt de religieuze leerstof op de madrassas vast. Omgekeerd hebben islamistische geestelijken zitting in bestuurlijke en vertegenwoordigende organen. Staat en kerk zijn een twee-eenheid, vloeien in elkaar over en zijn niet te ontwarren. Hiermee is ook de scheiding van de staat in een wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht een fictie. De geestelijkheid heeft zitting in elk van de genoemde organen, vaak op basis van een bij wet bepaald quotum.

De islamist heeft weinig op met gelijkheid voor de wet en met de rechten van minderheden. De vrouw heeft minder burgerlijke en sociale rechten dan de man. Niet een beetje minder, maar veel minder. Onder alle islamistische regimes is de vrouw de facto wilsonbekwaam en staat onder curatele van haar echtgenoot. Voor allerlei handelingen heeft zij de toestemming van haar man nodig. Bescherming van etnische en religieuze minderheden is geen prioriteit van de radicale islam. Op zijn gunstigst worden ze genegeerd, op zijn slechtst worden ze gepest of vervolgd. Respectering van de burgerrechten van homosexuelen is totaal niet aan orde, integendeel: homo’s worden actief vervolgd in islamistische staten.

De conclusie van deze korte toets is dat het democratische gehalte van de opvattingen van islamisten bijzonder laag is. Van de Moslim Broederschap hoeven we op de weg naar de democratisering van Egypte weinig te verwachten. De hoop is dan ook gevestigd op het vermogen van opstandige burgers om de radicale religieuze krachten te beteugelen die zich aandienen op de straten en pleinen van Caïro en Alexandrië. Anders wordt de seculiere dictatuur van Moebarak vervangen door de religieuze dictatuur van de Moslimbroeders.

Islamisme en democratie zijn geen goede vrienden. Zij zijn verre buren.

Advertenties

One comment

  1. Goed geschreven Asher !
    Vandaag schreef ik onderstaande comment op dds:
    Dat de bejaarde Mubarak het veld gaat ruimen lijkt welhaast vast te staan. De vraag is ‘hoe’, ‘wanneer’ en vooral ‘door wie’ ?

    Maar het blijft koffiedik kijken over Egypte. Naar mijn mening kan het nog alle kanten op gaan. Veel zal afhangen of een nieuw regime er in slaagt een passend antwoord te formuleren op de oorzaken van deze opstand: een schrijnend gebrek aan banen, hoge voedselprijzen en een ongebreidelde corruptie.

    Hét probleem van de Arabische wereld, waaronder juist Egypte met haar 83 miljoen inwoners, is de demografie. Door de hoge bevolkingsgroei stromen de komende jaren ook nog eens tientallen miljoenen jongeren de arbeidsmarkt op, zonder dat er zicht is op werk. Volgens het UNDP moet de Arabische wereld tegen 2020 niet minder dan 50 miljoen banen worden gecreëerd om die jongeren een toekomst te bieden. Een bijna onmogelijke opdracht onder de huidige omstandigheden. Omdat politieke veranderingen in de regio de uitzondering op de regel vormen (zes Arabische landen verbieden politieke partijen, in de landen waar ze wel getolereerd worden, zijn hun beperkingen legio), zien analisten de toekomst van deze landen zwart in. Miljoenen jongeren die werk, noch inspraak hebben vormen een perfect recept voor opstand. Ofwel blijft die massa gebukt gaan onder de autoritaire systemen, ofwel dreigt de kruik vroeg of laat te barsten, zoals nu is gebeurd in Tunesie en Egypte. Men kon er eigenlijk op wachten..

    De vraag is: wat gaat er nu gebeuren ?
    Islamisme helpt evenmin. Traditionele samenlevingen hebben altijd uitgehaald naar bedrijven ‘die geen lichaam hebben dat kan worden gestraft, noch een ziel die kan worden veroordeeld’. Maar vooral in het Midden-Oosten blijkt dat waar. Het kapitalisme werd daar vaak geïmporteerd door ‘progressieve’ regeringen die dachten dat moest gekozen worden tussen Mekka en modernisering. Vaak kregen enkel joden en christenen toelating om niet volledig in overeenstemming met de Islamitische wet te handelen.

    De Turks-Amerikaanse student aan de Duke University, Timur Kuran, poogt in zijn boek een antwoord te formuleren op de vraag hoe het komt dat het Midden-Oosten zo’n achterstand opliep tegenover het Westen. Indien Kumar gelijk heeft, heeft dat grote gevolgen. De protestantse werkethiek en technologische innovatie blijven belangrijk, maar minder voor de orthodoxe islamitische staten. Wie vooruitgang wil moet ervoor zorgen dat omstandigheden gecreëerd worden waarin zielloze ondernemingen kunnen floreren. Blijven dergelijke maatregelen uit, dan zal het slechts een kwestie van tijd zijn wanneer de volgende revolutie uitbreekt.

    Zie ook bijgaande link uit The Economist van 27 januari 2011 van Schunpeter over het boek van Kuran: http://www.economist.com/node/18008627?story_id=18008627

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s