Doorbreek het taboe! Godsdienstvrijheid is geen onbeperkt recht.

Weinig onderwerpen zijn zo beladen als de godsdienstvrijheid. Een op het eerste gezicht prachtig grondrecht dat is verankerd in artikel 6 van de Grondwet. “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.“

In gewone taal: iedereen mag de godsdienst van zijn of haar keuze aanhangen, maar mag daarbij niet de wet overtreden. Godsdienstige praktijken moeten zich aan de wet houden. De auteurs van de Grondwet hebben godsdienstvrijheid uitdrukkelijk niet bedoeld als onbeperkt recht.

Verder zegt de Grondwet: “De wet kan ter zake van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. “ De Grondwet gaat er blijkbaar van uit dat de godsdienst zich voornamelijk in bepaalde gebouwen en plaatsen afspeelt. In het particuliere domein. En dat het er buiten die plekken, in het openbare domein, netjes aan toe moet gaan bij religieuze handelingen. De beoefening van een godsdienst mag de gezondheid, het verkeer en de openbare orde niet in gevaar brengen.

Tot zover gaan de redelijke principes van de redelijke Grondwetgever. Het recht van godsdienstvrijheid is in de Grondwet al flink aan banden gelegd. Houdt u dat gegeven even vast.

Godsdienstige organisaties en gelovigen moeten zich dus aan de wet houden. Dan dringt zich onmiddellijk de vraag op: hoe ver kan de wetgever gaan met het maken van wetten die op gespannen voet staan met de godsdienstvrijheid? Daar valt geen makkelijk antwoord op te geven. Een belangrijk probleem ligt in de afbakening van het begrip godsdienst. Wat is eigenlijk een godsdienst? Is er een stelsel van tradities, gedragingen en gebruiken te definiëren die als “godsdienstig” gelden? Waar houdt bijvoorbeeld de godsdienst op en waar begint de culturele traditie? We zijn hier in feite met een taalspel bezig. We noemen iets godsdienst, alleen we verschillen van mening over wat dat inhoudt.

Met dit soort vragen worstelt het rechtssysteem. Men is er tot dusver – in Nederland althans – niet echt uitgekomen. De politiek laat het oordeel over wat een godsdienst is of wat “godsdienstig” betekent enigszins lafhartig over aan de rechter. Die het vervolgens eigenlijk ook niet precies weet. Als al niet duidelijk kan worden bepaald wat een godsdienst is en wat precies godsdienstige uitingen zijn, hoe weet je dan wanneer de godsdienstvrijheid wordt aangetast? Dat is een blijvende en hopeloze discussie, omdat de uitgangspunten van die discussie op hun beurt ook weer voor discussie vatbaar zijn. Een gebed zonder einde als het ware.

Het wazige begrip “godsdienst” kent een groot aantal grensgebieden en overgangszones. Terrae incognitae. Moet het dragen van een hoofddoek of een ketting met een kruisje bijvoorbeeld als een godsdienstige handeling worden beschouwd? Er is veel voor te zeggen dat deze gedragingen ook als culturele tradities kunnen worden gezien. Is het stellen van wettelijke regels aan dit soort uitingen dan zonder meer een inperking van de godsdienstvrijheid? Ik betwijfel dat, los van de zin of onzin van een dergelijk maatregel. Zolang niet goed in de wet is vastgelegd wat een godsdienst is, blijft het tobben.

Hiermee raken we een ander probleem: godsdiensten definiëren zichzelf. Godsdiensten kennen meestal een organisatie met een machtsstructuur. Religieuze autoriteiten zijn mensen, gedreven door menselijke behoeften aan macht en status. Religieuze autoriteiten zijn ook politici. Zij hebben in het algemeen de neiging hun macht te willen vergroten. Zo is het religieuze domein van oudsher geneigd tot expansie in het publieke domein. Met deze realiteit heeft elke wereldse machthebber in alle tijden te maken. Wereldlijke politici hebben door de eeuwen heen veel te stellen gehad met religious encroachment en hebben die vaak heftig bestreden. De staat vormt terecht een noodzakelijk tegenwicht tegen de maatschappelijke aspiraties van de georganiseerde religie.

Met deze uitgangspunten voor ogen is voor de politiek een mooie taak weggelegd. De gevestigde politieke partijen (uitgezonderd D66 en PVV) gaan de discussie over de begrenzing van de godsdienstvrijheid zorgvuldig uit de weg. Toch stort men zich graag in discussies over bijvoorbeeld een boerkaverbod of een verbod op religieus slachten. Maar al die discussies leiden steeds nergens toe vanwege het onderliggende taboe op aantasting van de godsdienstvrijheid. Dat is echter een drogreden en een misverstand. Politici hebben het volste recht daadwerkelijk gebruik te maken van de grondwettelijke mogelijkheid tot inperking van de godsdienstvrijheid. Die optie moet nu eindelijk eens uit de taboesfeer worden gehaald.

Godsdienst is in de eerste plaats een privé-aangelegenheid van mensen. Wat mensen denken en voelen moeten ze helemaal zelf weten. Wat mensen geloven ook. Maar wat mensen doen, het praktische gedrag van mensen in het openbare domein, is gebonden aan openbare spelregels. Oók als het gaat om godsdienstige gedragingen en praktijken. Die spelregels worden bepaald door democratisch gekozen politici in de vorm van wetten en voorschriften. Die spelregels mogen zeker niét worden bepaald door godsdienstigen of door godsdienstige autoriteiten.

Het belijden van een godsdienst mag geen vrijbrief zijn om democratisch tot stand gekomen wetten en regels opzij te zetten of te ontlopen. Als “de politiek” bijvoorbeeld van mening is dat bepaalde beroepsgroepen als rechters, militairen, politieagenten en onderwijzers uiterlijk herkenbaar moeten zijn en een neutrale uitstraling moeten hebben, dan moet de politiek daaraan de consequentie verbinden. Verbied dan in die functies het dragen van een hoofddoek, van een keppel en van religieuze symbolen.

Verbied de religieuze slacht als je vindt dat die strijdig is met het dierenwelzijn. Laat je niet wijsmaken dat een dergelijk wettelijk verbod een ongeoorloofde aantasting van de godsdienstvrijheid zou zijn. Verbied het massaal openbaar bidden op straat (zoals gebeurt in bepaalde wijken in New York, Parijs en Londen) als je vindt dat daarmee het verkeer en de openbare orde in gevaar wordt gebracht.

Godsdienstvrijheid is veel te belangrijk om aan de gelovigen over te laten. Dat hebben de auteurs van de Grondwet zich goed gerealiseerd. Dus, dames en heren politici: durf tegenwicht te bieden tegen de claims van de religie in het publieke domein. U mag dat van de Grondwet. Al heel erg lang. U doet het alleen veel te weinig. De godsdienst kan dat best hebben. Of die nu Christendom, Islam, Jodendom, Hindoeïsme of Boeddhisme heet.

Advertenties

13 comments

  1. Laten we realistisch blijven: alle religie werd door de mens verzonnen, islam idem dito.Rechten toekennen aan verzonnen zaken is de wereld op zijn kop: niet aan beginnen en als die rechten bestaan, meteen mee stoppen.Voorbeeld: geen grondwet of verdrag in deze wereld bevat het recht met religieuze tekens te koop te lopen, dus weg met al die hoofddoeken, boerka’s, djellaba’s, geen vergunningen meer afgeven voor het bouwen van moskeeën.Als moslims zeuren over de vrijheid van godsdienst in combinatie met hun bezopen “modeshow” bedrijven ze TAQIYYA..!!!
    http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=12950 (en 12362)

  2. Zeer terecht Asher. Toevallig komt morgen op de site Artikel7.nu van mijn hand een ge-update artikel dat deels dit onderwerp raakt: E Pluribus Unum, eerder te lezen geweest op AP, maar nu uitgebreid met het thema of en zo ja, welk soort ‘staat’ het meest borg kan staan voor democratische besluitvorming.

  3. In uw laatste regel staat een niet onbelangrijke fout.
    U benoemt het Boeddhisme als godsdienst.
    Het Boeddhisme is zeker geen godsdienst maar een manier van leven.
    Er wordt hier geen enkele god aanbeden maar slechts aanbevelingen van de Boeddha aanvaard om in vrede te leven.
    Mijns inziens zou er geen geweld en oorlog meer zijn als iedereen de grondbeginselen van het Boeddhisme zou aanvaarden.

  4. Dank Asher, dank voor uw durf en onderwijs! Maar hopen dat Politiek er zich iets van aantrekt.
    Wist u dat : “Publiekelijk aanzetten tot haat tegen een religie of een aanhanger van een religie moet vanaf nu volgens een EU-kaderbesluit op dezelfde manier als racisme vervolgd en bestraft worden”, zie : http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/958

    Wordt het niet tijd Islam niet als religie te zien!!

  5. Als atheïst kan ik bovenstaande woorden alleen maar toejuichen. Religie maakt meer kapot dan alleen ons lief is.

    En de heer Dafman heeft gelijk, zeker in zijn laatste zin.
    vriendelijke groeten, Bart.

  6. “Dus, dames en heren politici: durf tegenwicht te bieden tegen de claims van de religie in het publieke domein. U mag dat van de Grondwet. Al heel erg lang. U doet het alleen veel te weinig. De godsdienst kan dat best hebben. Of die nu Christendom, Islam, Jodendom, Hindoeïsme of Boeddhisme heet.”
    – Het grappige is dat bepaalde ‘godsdiensten’ dat nu juist helemáál niet kunnen hebben…

  7. Venenam in caudam: de beperking ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’ reikt alle wapenen aan die nodig zijn voor de bestrijding van het mohamedanisme. Dit predikt immers openlijk (en letterlijk*) kinderverkrachting, slavernij, rassisme (in de vorm van een virulent soort antisemitisme waar je ernstig ziek van wordt) en, in het verlengde daarvan genocide (vide de charter van Hamas waarin uit naam van allah wordt opgeroepen tot de vernietiging van Israel). Voorts predikt het afschaffing van de vrijheid van meningsuiting en van de vrijheid van godsdienst, cruel and unusual punishment (steniging, mutilatie, etc.) en (last but certainly not least) de omverwerping van ons Westerse staatsbestel. What more do you need for repressive action? Zelfs Koningin Beatrix zei het enkele jaren geleden in een van haar toespraken erg goed: De vrijheid van godsdienst zag oorspronkelijk niet op niet-Westerse godsdiensten. In een (1) adem door zei zij dat deze vrijheid ook moet gelden voor het mohamedanisme. Dat ziet zij dus verkeerd, als de godsdienst in kwestie een fysiek gevaar voor ons oplevert, zoals het mohamedanisme dat doet.

  8. Om maar niet te spreken van de houding van het mohamedanisme ten opzichte van degenen die niet kwalificeren als ‘volkeren van het boek’ (i.e.: de Joden en de Christenen). Waar, immers, de volkeren van het boek bij de gratie van allah nog in leven mogen blijven als ze zich onderwerpen en daarmee de ‘dhimmi-status’ verwerven, mogen Hindoes, Boeddhisten, sjamanisten en atheisten eenvoudshalve gewoon regelrecht vermoord worden. Het verhaal gaat dat dat een in de wereld ongeevenaarde massaslachting heeft veroorzaakt bij de invasie van India: 70 miljoen slachfoffers van mohamed en zijn criminele bendes (helaas niet geverifieerd). Was dit nou een praeteritio? Ja, he?

  9. De vrijheid van meningsuiting is overigens ook beperkt met de frase ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’. Daar geldt dus hetzelfde voor. Het is dus bepaaldelijk niet zo dat die imams zomaar ongestraft hun criminele ideeengoed mogen rondstrooien. En het is slechts aan de nuttige idioten in de Tweede Kamer te danken dat dat deel van ons recht niet wordt afgedwongen, want het is niet meer of minder dan dat: het is ons recht dat gewoon niet wordt afgedwongen, en dat is bepaaldelijk een ongehoorde aanfluiting.

  10. Je schrijft
    De gevestigde politieke partijen (uitgezonderd D66 en PVV) gaan de discussie over de begrenzing van de godsdienstvrijheid zorgvuldig uit de weg

    Kan het niet zo zijn dat de meeste van de andere partijen denken s’lands eer s’lands wijs en de mensen in hun waarden laten. Scheiding tussen politiek en godsdienst.

    Persoonlijk denk ik dat er teveel over godsdienst gepraat word (vooral ik de beledigende zin)en te weinig gedaan word aan de zaken die echt belangrijk zijn.

    (Met uitzondering van de zaken verminking besnijdenis van het lichaam uit religieuze gronden. Maar daar zal de pvv binnenkort ook wel mee komen naar wat ik van Laurence Strassen gezien en gehoord heb.)

  11. @Jacqueline Wouters: Goed mogelijk dat de andere partijen dat denken, maar dat is dom. Het mohamedanisme laat de mensen immers niet in hun waarde en heeft lak aan het adagium ‘s-lands wijs ‘s-lands eer. En ze worden steeds agressiever, nadrukkelijk jegens ons. Dit terwijl de elite net doet alsof er niets aan de hand is, en alleen maar omdat zij schuldig zijn aan het laten ontstaan van de situatie en bang zijn om ruggegraat te tonen. Ze doen net alsof hun neus bloedt, maar ze zouden eigenlijk de door henzelf vastgestelde waarden en normen uit onze strafwet moeten afdwingen, nadrukkelijk bij de mohamedanen, maar dat durven ze niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s