Het zwijgen over Al-Haddad en andere radicale imams. Waar blijft dat debat?

(Artikel geschreven met @MajaMischke en ook gepubliceerd op Hoofd, Hart en Handen; eerder verschenen op The Post Online, 9 april 2013.)

Dit weekend was de Britse imam Al-Haddad weer eens in Nederland. Hij was uitgenodigd door de islamitische studentenvereniging ISA van de Vrije Universiteit om met de studenten over ‘Islam en Moderniteit’ te spreken. Waarom vragen jonge Nederlandse wetenschappers in opleiding hem daar eigenlijk voor? Al-Haddad is namelijk helemaal niet modern of wetenschappelijk.

Integendeel. Hij werd bekend door zijn uitspraken ten faveure van het kindhuwelijk, het stenigen van vrouwen als straf bij overspel en de doodstraf voor afvalligen, alsmede zijn negatieve kwalificaties van Joden. Ook heeft hij gepleit voor het invoeren van shariarechtspraak voor moslims in Nederland.

Geen enkel mededogen
Al-Haddad komt (net als andere uiterst conservatief-orthodoxe imams zoals Khalid Yasin) regelmatig naar Nederland om zijn boodschap te verkondigen. Keer op keer wordt uitgedragen dat mannen en vrouwen verschillende rechten behoren te hebben. Praktiserende homo’s hoeven op geen enkel mededogen te rekenen.

Al-Haddad mag dat allemaal zeggen, want er is vrijheid van meningsuiting en ook vrijheid van godsdienst in Nederland. En mensen mogen naar hem gaan luisteren, want er is ook vrijheid van vergadering. Is de kous af met deze simpele constatering?

Vrijheid van meningsuiting
De vrijheid van Nederlandse burgers is verankerd in de grondwet. Als burgers mogen we aanspraak maken op die vrijheid en we ontlenen er rechten aan. Er is nog van alles op Nederland aan te merken en er komen in het dagelijks leven nog te vaak vrijheden en rechten in het gedrang.

Toch is het een grote verworvenheid dat iedereen mag geloven, zeggen en denken wat hij of zij wil. En dat alle mensen gelijkwaardig zijn en gelijke rechten hebben: mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s, gelovigen en ongelovigen. Afkomst doet er niet toe. Er zijn wetten en instanties om onze vrijheid en gelijkwaardigheid te waarborgen en beschermen.

Moslim Broederschap
Al-Haddad heeft niets op met onze democratische rechtstaat. Hij wil een totalitaire theocratie met de sharia als wetboek. Waar dit toe kan leiden, zien we in landen als Egypte, Saudi-Arabië en Iran. In Egypte probeert de Moslim Broederschap stap voor stap de sharia in te voeren. Daarbij maakt zij listig gebruikt van democratische middelen.

Ondertussen strijden vrouwen er (met tegenwerking van hun eigen overheid) een ongelijke strijd om veilig over straat te kunnen gaan en te demonstreren, zonder lastig gevallen te worden, te worden betast en verkracht, soms zelfs door grote groepen mannen tegelijk. De Kopten en Joden zijn er evenmin veilig.

Zedelijkheidspolitie
In Saudi-Arabië is de sharia al van kracht. Dat verklaart waarom er handen en voeten worden afgehakt, onthoofdingen met het zwaard plaatsvinden en zelfs kruisigingen nog in zwang zijn. In het hele land is geen kerk, synagoge of tempel te bekennen. Vrouwen mogen er niet autorijden, niet reizen zonder begeleiding van een mannelijk familielid en moeten zich in de publieke ruimte zoveel mogelijk bedekken. Vrouwen worden daarop gecontroleerd door de zedelijkheidspolitie.

Ook in Iran heb je een zedelijkheidspolitie: vrouwen worden gearresteerd als ze zich niet aan de kledingvoorschriften houden, meegevoerd naar het politiebureau en daar soms seksueel misbruikt. Met enige regelmaat worden homo’s opgehangen op de pleinen van grote steden en worden vrouwen in het openbaar gestenigd. Christenen en Bahia’s worden vervolgd omdat ze het ware geloof niet aanhangen. Kritische journalisten worden zonder eerlijk proces opgesloten. Sharia rules in Iran.

Ver-van-mijn-bed-show
Bovenstaande is zomaar een greep uit de zaken zoals Al-Haddad en zijn medestanders ze graag geregeld zouden willen zien, ook in Nederland. Waarom maken zo weinig voorvechters van democratische vrijheden zich druk over deze antidemocratische boodschappers?

“Het is een ver-van-mijn-bed-show”, zeggen velen.
“Dit Zal nooit in Nederland kunnen gebeuren. Nederlanders hebben de vrijheid te zeer lief. Orthodoxe religieuze opvattingen zullen nooit greep kunnen krijgen op onze samenleving. De meeste moslims willen zoiets trouwens helemaal niet.”

Doodstraf voor afvallige moslims
Maar waarom nodigen (universitair geschoolde) moslims ze dan uit? En waarom worden Al-Haddad en consorten zo geprezen op de social media? Met sommige moslims en sommige niet-moslims lijkt het onmogelijk om hierover in gesprek te komen. Alsof het een taboe betreft.

Eigenaardig eigenlijk: terwijl het politiek-correcte deel van de natie moord en brand schreeuwt als de ChristenUnie een pleidooi voor de zondagsrust of tegen euthanasie en abortus houdt, wordt er gezwegen als Al-Haddad zegt dat afvallige moslims de doodstraf verdienen omdat ze hoogverraad plegen.

Meten met twee maten
Als de SGP vrouwen geen rol in de partijpolitiek toedicht is het Nederlandse huis te klein, maar als Al-Haddad niet met een ongesluierde vrouw aan tafel wil zitten voor een debat is dat niet belangrijk, maar eerder gek of exotisch. Als Mariska de Haas haar uitspraken doet over homoseksualiteit wordt dat breed uitgemeten en verworpen, maar islamitische predikers die soortgelijke dingen zeggen, krijgen maar zelden tegengas.

Orthodox-christelijke standpunten worden als bevoogdend, moralistisch en vooral religieus gestoeld beschouwd en daarom keer op keer verketterd door politiek-correcte bestuurders, politici en opinieleiders. Hoe wonderlijk en welhaast onbegrijpelijk is het dat het daarentegen zo rustig blijft aan het politiek-correcte front als het gaat om vrijheidsbeperkende uitspraken en opvattingen uit orthodox-islamitische gelederen.

Er wordt met twee maten gemeten.

Angst voor beschuldiging racisme
We kennen drie mogelijke reacties op orthodox-islamitische uitspraken: negeren, bagatelliseren of goedpraten. Maar wat veel te weinig voorkomt is openlijke kritiek, laat staan een scherpe veroordeling.

Deze terughoudendheid ten aanzien van de boodschappers van de orthodoxe islam kan worden verklaard uit de angst om van racisme of islamofobie te worden beschuldigd. Kritiek op de islam komt in deze zienswijze neer op discriminatie van een kansarme bevolkingsgroep die het al moeilijk genoeg heeft. En van discriminatie willen politiek-correcten natuurlijk niet worden beticht.

Betuttelracisme
Het wrange is dat het inslikken van islamkritiek uit angst om van racisme te worden beschuldigd nu juist zélf voortkomt uit een racistische manier van denken. Moslims worden dan namelijk beschouwd als een aparte, homogene gesloten groep met duidelijke gemeenschappelijke kenmerken, die bovendien niet voor vol wordt aangezien. En dus hoeven de ideeën van Al-Haddad ook niet serieus genomen te worden.

Betuttelracisme noemen we dat.

Open en kritisch debat
Juist het onweersproken laten van antidemocratische en antirechtsstatelijke uitlatingen van islamisten uit angst om racistisch of discriminerend over te komen speelt hen in de kaart. En waarom nemen individuele moslims in ons land zo weinig stelling tegen dit soort opvattingen? Komt deze houding voort uit desinteresse, uit respect voor religieuze autoriteit, of is men het er in de kern mee eens? Speelt angst een rol?

Hoe het ook zij: wij bepleiten een open, kritisch debat over de verhouding tussen vrijheid, gelijkheid en rechten zoals die nu bestaan in Nederland enerzijds en de barre boodschap van Al-Haddad anderzijds.

Hierover moet gesproken worden. Want juist als het om vrijheid gaat is horen, zien en zwijgen gevaarlijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s